"Ik vind het moeilijk."
Hij stond dicht bij me, hij fluisterde het bijna. De tranen stonden in zijn ogen.
"Ik vind het moeilijk", zei hij nog een keer, heel zachtjes.
Het was er. De gesproken woorden lagen tussen ons in, bijna tastbaar. Eindelijk.
'Wat vind je moeilijk?' Ik wilde het graag vragen, maar het kon wachten tot later.
"Ik zie je tranen," was wat ik zei. Onze ogen ontmoetten elkaar even. "Wat voel je?" liet ik erop volgen.
Een jaar geleden had Boris deze vraag niet kunnen beantwoorden.
Een jaar geleden had hij me niet kunnen vertellen dat hij iets, wat dan ook, moeilijk vond.
Een jaar geleden had hij de woorden niet kunnen vinden voor wat hij voelde. Liever vermeed hij vervelende gevoelens als angst, falen en mislukking.
"Ik ben verdrietig", zei hij nu. "En ook een beetje boos."
"Ik zie je verdriet." Dit was zijn primaire emotie, van hieruit sprak hij echt, authentiek. "Wat vond je zo moeilijk?" vroeg ik.
"Het vinden van het onderwerp in de zin." De hapering, de emotie was duidelijk te horen in zijn stem. Zijn analyse was helder. Zo knap voor een kind van 8 jaar.
"Je wilt het zo graag zo goed doen, he Boris?" Opnieuw kwamen de tranen.
"Ja", zei hij zacht. "Ik had het zelf nagekeken en ik had zoveel fout!" Het klonk bijna wanhopig.
"Wat vind ik het fijn, Boris, dat je me dit komt vertellen. Je mag het moeilijk vinden. Dat is normaal." Af en toe keken we elkaar aan. Het gezicht van Boris was al meer ontspannen, zijn ademhaling rustiger. "Dit was de eerste les over het vinden van het onderwerp in de zin. Je zit nu in groep 5 en tot in groep 8 mag je dit oefenen. Oefenen is proberen, en daarbij mag je fouten maken." Nu durfde Boris me al veel langer aan te kijken. "Zullen we straks samen de opdracht bekijken?" Boris knikte. Het was goed.
Ik gloeide van trots toen ik hem nakeek terwijl hij naar zijn tafel terug liep. Wat een grootse overwinning om voor jezelf en een ander te erkennen dat je iets moeilijk vindt.
Met zijn actie had hij dat ook mij geleerd.
Geweldloze Communicatie gaat over voelen wat je voelt en dat verwoorden naar een ander.
Voor Boris, en voor veel meer meer- en hoogbegaafden, is alleen al het voelen van je emotie een hele klus. Laat staan het verwoorden ervan. Meer- en hoogbegaafden vermijden de angst om te falen, de angst om de grens van hun kunnen en hun kennis tegen te komen. Ze hebben meestal een rijke schat aan vaardigheden om vervelende gevoelens te ontwijken.
Met Boris heb ik meer dan een jaar gewerkt aan het verrijken van zijn woordenschat rondom gevoelens en emoties; het wakker maken van zijn Natuurlijke Kind (TA); het verwoorden van zijn behoeften; het tegenkomen, verwoorden en verdragen van zijn grenzen. Wat een overwinning heeft hij vandaag op zichzelf behaald!
Ik heb respect voor Boris, voor hoe hij met zijn enorme leervermogen stoeit en het tegelijkertijd omarmt, voor het tonen van zijn kwetsbaarheid. Op zijn leeftijd.
Diep respect.
De naam van de leerling is gefingeerd.
Hij stond dicht bij me, hij fluisterde het bijna. De tranen stonden in zijn ogen.
"Ik vind het moeilijk", zei hij nog een keer, heel zachtjes.
Het was er. De gesproken woorden lagen tussen ons in, bijna tastbaar. Eindelijk.
'Wat vind je moeilijk?' Ik wilde het graag vragen, maar het kon wachten tot later.
"Ik zie je tranen," was wat ik zei. Onze ogen ontmoetten elkaar even. "Wat voel je?" liet ik erop volgen.
Een jaar geleden had Boris deze vraag niet kunnen beantwoorden.
Een jaar geleden had hij me niet kunnen vertellen dat hij iets, wat dan ook, moeilijk vond.
Een jaar geleden had hij de woorden niet kunnen vinden voor wat hij voelde. Liever vermeed hij vervelende gevoelens als angst, falen en mislukking.
"Ik ben verdrietig", zei hij nu. "En ook een beetje boos."
"Ik zie je verdriet." Dit was zijn primaire emotie, van hieruit sprak hij echt, authentiek. "Wat vond je zo moeilijk?" vroeg ik.
"Het vinden van het onderwerp in de zin." De hapering, de emotie was duidelijk te horen in zijn stem. Zijn analyse was helder. Zo knap voor een kind van 8 jaar.
"Je wilt het zo graag zo goed doen, he Boris?" Opnieuw kwamen de tranen.
"Ja", zei hij zacht. "Ik had het zelf nagekeken en ik had zoveel fout!" Het klonk bijna wanhopig.
"Wat vind ik het fijn, Boris, dat je me dit komt vertellen. Je mag het moeilijk vinden. Dat is normaal." Af en toe keken we elkaar aan. Het gezicht van Boris was al meer ontspannen, zijn ademhaling rustiger. "Dit was de eerste les over het vinden van het onderwerp in de zin. Je zit nu in groep 5 en tot in groep 8 mag je dit oefenen. Oefenen is proberen, en daarbij mag je fouten maken." Nu durfde Boris me al veel langer aan te kijken. "Zullen we straks samen de opdracht bekijken?" Boris knikte. Het was goed.
Ik gloeide van trots toen ik hem nakeek terwijl hij naar zijn tafel terug liep. Wat een grootse overwinning om voor jezelf en een ander te erkennen dat je iets moeilijk vindt.
Met zijn actie had hij dat ook mij geleerd.
Geweldloze Communicatie gaat over voelen wat je voelt en dat verwoorden naar een ander.
Voor Boris, en voor veel meer meer- en hoogbegaafden, is alleen al het voelen van je emotie een hele klus. Laat staan het verwoorden ervan. Meer- en hoogbegaafden vermijden de angst om te falen, de angst om de grens van hun kunnen en hun kennis tegen te komen. Ze hebben meestal een rijke schat aan vaardigheden om vervelende gevoelens te ontwijken.
Met Boris heb ik meer dan een jaar gewerkt aan het verrijken van zijn woordenschat rondom gevoelens en emoties; het wakker maken van zijn Natuurlijke Kind (TA); het verwoorden van zijn behoeften; het tegenkomen, verwoorden en verdragen van zijn grenzen. Wat een overwinning heeft hij vandaag op zichzelf behaald!
Ik heb respect voor Boris, voor hoe hij met zijn enorme leervermogen stoeit en het tegelijkertijd omarmt, voor het tonen van zijn kwetsbaarheid. Op zijn leeftijd.
Diep respect.
De naam van de leerling is gefingeerd.
Reacties
Een reactie posten