"En vond je dit straf?"

De jongen van groep 8 zit vooraan in de klas. Op het trappetje dat mijn leerlingen gebruiken om op het digibord te kunnen schrijven. Hij prutst overdreven aan de veters van zijn schoenen, terwijl mijn leerlingen van groep 4 met hun fruit en drinken aan hun tafeltje gaan zitten. 25 nieuwsgierige blikken gaan zijn kant uit.

Even ervoor sprak ik de jongen op het schoolplein aan op zijn ruwe gedrag op het schoolplein. Toen ik hem attendeerde op zijn voorbeeldgedrag als oudere leerling voor de jongere begon hij direct te lachen. Ik gaf hem kort en helder te verstaan dat hij met mijn groep mee naar binnen moest. Zijn pauze was net begonnen.

In de klas lees ik het ongemak in zijn lichaamshouding. Als alle leerlingen hun fruit eten vraag ik hem op een kruk plaats te nemen, iets dichter bij me. "Bart, we zijn vandaag met de eerste CITO-toets van een hele reeks begonnen. Een paar weken geleden heb jij je eind CITO-toets voor groep 8 gemaakt. Kun jij de kinderen er eens iets over vertellen?"

Meteen steekt hij van wal over toetsen die saai waren, dat hij lang moest wachten, dat het niet moeilijk was. Wanneer hij vertelt over een grote schaal met snoep waar ze af en toe wat uit mochten pakken worden de kinderen in mijn klas wakker.
"Wie wil Bart wat vragen?" Zeker tien vingers schieten de lucht in. "Hoe was het kamp?", "Heb je eigenlijk wel geslapen?", "Welke toets vond je het moeilijkst?", "Hoe is groep 8? Moeilijk?" Ik besluit het rondje door Bart te vragen welke groep van 1 t/m 8 hem het meest bij zal blijven. Hij maakt mijn groep erg blij met zijn antwoord: "Groep 4, want we mochten echt iedere dag knutselen."
Dan stel ik mijn laatste vraag: "En vond je dit straf?" Heel even kijkt hij me niet-begrijpend aan. Hij is vergeten waarom hij hier was. Dan verschijnt een glimlach op zijn gezicht. "Nee, helemaal niet. Ik vond het leuk." -"Nou, wij ook." Ik begeleid hem de klas uit. "Wanneer ik je een volgende keer aanspreek op je voorbeeldgedrag, dan weet je hoe je moet reageren." Hij kijkt me vol aan en knikt. "Je mag terug naar de klas. Je pauze is voorbij." - "O, dat geeft niet. Ik vond het erg leuk!"

In de Geweldloze Communicatie spreken we niet van straf, maar van het rechtzetten van de verstoorde situatie. Dat gebeurt altijd met een positieve maatregel. Meestal doordat de dader een goede daad voor anderen doet, liefst ten bate van degene die onrecht aangedaan is. Zo vereffend zich de schuld tussen dader en slachtoffer en kunnen zij, na wederzijdse evaluatie, weer (samen) verder. Er is dus altijd een win-win-situatie, waarbij ieder zich na afloop krachtig en energiek voelt en verbonden met elkaar, in plaats van boos, somber, zonder energie en niet begrepen. Dat geldt zowel voor het slachtoffer als voor de dader.

De naam van de leerling is gefingeerd.

Reacties