De fotograaf heeft vandaag een uitdagende opdracht: de allerleukste foto's schieten van 400 leerlingen. Ga er maar aan staan. Nou, dat doet hij. Hij pompt zichzelf bijna letterlijk op als hij een soort showtje geeft aan de leerlingen hoe zij kunnen poseren. Voor de jongens een stoer image, voor de meisjes de popster-uitstraling. Hij doet het met verve voor.
Toch kan ik zien dat het enthousiasme onecht is. Zijn binnenwereld zegt iets heel anders, eerder het tegengestelde. Hij moet hier zijn, hij moet zijn geld hiermee verdienen.
Kinderen leren vooral door imiteren. Overbodig om te zeggen dat de leerlingen hun stoere houdingen uit gaan proberen terwijl ze wachten tot ze op de foto mogen. En kinderen uit mijn klas hebben maar een klein vonkje nodig om heel enthousiast te worden. Het lokaal staat bol van de blije kinderstemmen. Maar een paar kinderen zitten nog rustig op hun beurt te wachten. Zij bereiden zich mentaal voor.
Als ik het lokaal binnen kom hoor ik de fotograaf tegen Stijn uit mijn klas zeggen: "Zet dan maar je benen ietsje uit elkaar!" In zijn jonge enthousiasme zet Stijn zijn voeten zo ver mogelijk uit elkaar. Hij wankelt ervan. Ik weet dat hij nu heel erg zijn best doet. Maar de fotograaf weet dat niet en interpreteert zijn gedrag juist als tegendraads. Met luide stem zegt hij: "Ja, ga nu maar op de bank zitten!" Stijn schrikt en maakt zich uit de voeten.
Kalm grijp ik in. Met een rustige en lage stem zeg ik: "Nou, Stijn kan het heel goed. Kom maar Stijn!" Op de plek waar hij gefotografeerd moet worden ga ik achter Stijn staan. Mijn handen op zijn schouders, zodat hij zich ook lichamelijk door mij gesteund weet. De fotograaf is even als een klein kind, hij voelt een dringende behoefte mij te vertellen dat Stijn ook op de bank al zo druk was. "Ik hoor je', zeg ik, "Stijn is gewoon een beetje gespannen om op de foto te gaan."
De fotograaf herstelt zich, zegt rustig welke houding Stijn moet aannemen. Ik help Stijn nog een beetje en doe dan een stap opzij. Het is goed, ik ben niet meer nodig.
Als de fotosessie even later afgelopen is zegt de fotograaf: "Dank je wel dat je het zo opgelost hebt." Ik maak bewust oogcontact. "Graag gedaan!"
Wat je ziet aan iemands buitenkant komt niet altijd overeen met zijn binnenwereld. Zowel Stijn als de fotograaf voelden zich om verschillende redenen onrustig van binnen. Toch deden zij hun best aan de buitenkant vrolijk en enthousiast te lijken. In het voorbeeld komt duidelijk naar voren dat de communicatie ernstig verstoord raakt. Zorgvuldig waarnemen wat er eigenlijk speelt, en daarmee bedoel ik zien dat stress en spanning hier een grote rol spelen in de verstoring van de communicatie, helpt om niet verder te escaleren, maar in mildheid op te treden. Helder en duidelijk. Dat is wat mijn rol hier was: een kort moment, helder en duidelijk de regie even overnemen, ieder zien en de gelegenheid geven om de situatie weer autonoom te herstellen. Mijn binnenwereld is rustig, ik ben hier zeker van wat ik doe. Dat is af te lezen van mijn buitenkant: mijn rustige, lage stem; ik praat niet te snel; en het bewust maken van oogcontact met de ander.
Ook dat is Geweldloze Communicatie.
De naam van de leerling is gefingeerd.
Toch kan ik zien dat het enthousiasme onecht is. Zijn binnenwereld zegt iets heel anders, eerder het tegengestelde. Hij moet hier zijn, hij moet zijn geld hiermee verdienen.
Kinderen leren vooral door imiteren. Overbodig om te zeggen dat de leerlingen hun stoere houdingen uit gaan proberen terwijl ze wachten tot ze op de foto mogen. En kinderen uit mijn klas hebben maar een klein vonkje nodig om heel enthousiast te worden. Het lokaal staat bol van de blije kinderstemmen. Maar een paar kinderen zitten nog rustig op hun beurt te wachten. Zij bereiden zich mentaal voor.
Als ik het lokaal binnen kom hoor ik de fotograaf tegen Stijn uit mijn klas zeggen: "Zet dan maar je benen ietsje uit elkaar!" In zijn jonge enthousiasme zet Stijn zijn voeten zo ver mogelijk uit elkaar. Hij wankelt ervan. Ik weet dat hij nu heel erg zijn best doet. Maar de fotograaf weet dat niet en interpreteert zijn gedrag juist als tegendraads. Met luide stem zegt hij: "Ja, ga nu maar op de bank zitten!" Stijn schrikt en maakt zich uit de voeten.
Kalm grijp ik in. Met een rustige en lage stem zeg ik: "Nou, Stijn kan het heel goed. Kom maar Stijn!" Op de plek waar hij gefotografeerd moet worden ga ik achter Stijn staan. Mijn handen op zijn schouders, zodat hij zich ook lichamelijk door mij gesteund weet. De fotograaf is even als een klein kind, hij voelt een dringende behoefte mij te vertellen dat Stijn ook op de bank al zo druk was. "Ik hoor je', zeg ik, "Stijn is gewoon een beetje gespannen om op de foto te gaan."
De fotograaf herstelt zich, zegt rustig welke houding Stijn moet aannemen. Ik help Stijn nog een beetje en doe dan een stap opzij. Het is goed, ik ben niet meer nodig.
Als de fotosessie even later afgelopen is zegt de fotograaf: "Dank je wel dat je het zo opgelost hebt." Ik maak bewust oogcontact. "Graag gedaan!"
Wat je ziet aan iemands buitenkant komt niet altijd overeen met zijn binnenwereld. Zowel Stijn als de fotograaf voelden zich om verschillende redenen onrustig van binnen. Toch deden zij hun best aan de buitenkant vrolijk en enthousiast te lijken. In het voorbeeld komt duidelijk naar voren dat de communicatie ernstig verstoord raakt. Zorgvuldig waarnemen wat er eigenlijk speelt, en daarmee bedoel ik zien dat stress en spanning hier een grote rol spelen in de verstoring van de communicatie, helpt om niet verder te escaleren, maar in mildheid op te treden. Helder en duidelijk. Dat is wat mijn rol hier was: een kort moment, helder en duidelijk de regie even overnemen, ieder zien en de gelegenheid geven om de situatie weer autonoom te herstellen. Mijn binnenwereld is rustig, ik ben hier zeker van wat ik doe. Dat is af te lezen van mijn buitenkant: mijn rustige, lage stem; ik praat niet te snel; en het bewust maken van oogcontact met de ander.
Ook dat is Geweldloze Communicatie.
De naam van de leerling is gefingeerd.
Reacties
Een reactie posten